Onze groepen
Groep 1 en 2
In de groepen 1 en 2 werken we ontwikkelingsgericht.
Dat houdt in dat we de kinderen activiteiten aanbieden die betekenisvol zijn en die geschikt zijn voor alle kinderen in de groep. (= basisontwikkeling)
We bieden de onderwerpen aan in de vorm van een thema. Het thema duurt ongeveer 4 à 6 weken en sluit aan bij de beleving van de kinderen.
Kinderen in de onderbouw zijn met diverse activiteiten bezig: ze spelen een rollenspel, ze bouwen in de bouwhoek, ze praten en denken samen, ze bekijken boekjes en luisteren naar verhalen. Al die activiteiten gaan ergens over: het thema. Voor de kinderen zijn deze thema‛s betekenisvol; de thema‛s zijn levensecht en daardoor zijn de kinderen extra betrokken bij het thema.
Een thema kan zijn: de dokter / het ziekenhuis, maar ook wonen / het postkantoor.
Spelen in de hoeken is hierbij van groot belang. De huishoek wordt een ziekenhuis, of een postkantoor. Ook gaan we regelmatig op pad om te kijken hoe b.v. het postkantoor er nu echt uit ziet en wat daar allemaal gebeurt. Zo kunnen de kinderen deze informatie weer mee nemen in hun spel. Het leren is zo erg waardevol en levert veel kennis op.
De leerkracht volgt de leerlingen door het observeren van zijn / haar ontwikkeling en maakt hier notitie van. Aan de hand van die observaties wordt bekeken waar het kind ondersteuning / begeleiding / sturing in nodig heeft. De ontwikkeling wordt bijgehouden in een zogenaamd logboek.
In de groep maken we gebruik van het kiesbord. Hierop kunnen kinderen zelfstandig hun keus maken wat en met wie ze gaan spelen. Ook nodigt de leerkracht kinderen uit om bepaalde vaardigheden, zoals knippen / plakken / schilderen / kleien enz. enz. onder de knie te krijgen.
De kring is een centraal punt binnen de dagindeling. Drie keer per week vertellen we een verhaal uit de bijbel, praten hierover en zingen liedjes. Ook starten er verschillende activiteiten vanuit de kring. Er is veel aandacht voor Taal. Prentenboeken, verhalen, rijmpjes en versjes, verteltafel en een ABC muur met woordkaarten over het thema zijn in de groep veel voorkomende activiteiten.
Binnen onze school is het voor ouders mogelijk om gebruik te maken van de Taalotheek.
Jonge kinderen moeten veel bewegen! Buitenspelen met materialen en andere kinderen geeft kans de sociale en emotionele ontwikkeling te stimuleren. Taal en motoriek zijn hierbij ook belangrijke ontwikkelingsgebieden. Een keer per week is er een gymles. Klimmen en klauteren, leren omgaan met hoepels en ballen. Daarnaast is er aandacht voor de kring- en zangspelletjes.
Kinderen van groep 2 gaan door naar groep 3 als ze voldoen aan een aantal criteria. Deze overgangsnormen staan beschreven in ons schoolplan. In ieder geval moeten de kinderen klaar zijn voor groep 3. Wanneer dat niet het geval is wordt u vroegtijdig ingelicht over een eventueel zittenblijven. Het streven is echter om de kinderen zoveel mogelijk door te laten gaan. Daar wordt dan ook hard aan gewerkt.
De eerste dag in groep 3 is voor veel kinderen een hele stap. Ze weten dat ze nu gaan leren lezen, schrijven en rekenen. Voor lezen gebruiken we de nieuwe methode Veilig Leren Lezen. ‛s Middags wordt er door middel van een kiesbord, gewerkt met taalspelletjes, die bij deze methode horen. Tot de kerstvakantie leren de kinderen alle klanken en in januari beginnen we dan met het voortgezet lezen. Kinderen in groep 3 moeten in principe voldoen aan een eindniveau voor lezen. Dit wordt uitgedrukt in AVI- niveaus. Het eind - beheersingsniveau moet AVI 2 zijn.
De methode Pennenstreken die we gebruiken voor schrijven, sluit ook aan bij onze leesmethode. Wanneer de kinderen een nieuw woord leren, dan leren zij ook meteen hoe ze het moeten schrijven. In het begin schrijven we nog met potlood. Wanneer de kinderen alle letters kunnen schrijven, dan gaan we met een vulpen de letters aan elkaar leren schrijven.
Naast lezen en schrijven leren de kinderen ook nog rekenen. De opbouw is daarbij heel geleidelijk. We beginnen met de begrippen meer/minder, erbij/eraf, en daarna maken we sommen tot en met de 100.
Natuurlijk zijn we niet alleen met deze vakken bezig. We geven ook lessen over de natuur en de wereld om ons heen. De hele week stil zitten lukt ook niet en daarom gaan we in het begin van groep drie ook nog wel eens buiten spelen. Natuurlijk gaan we ook naar de gymzaal om daar te sporten. Verder geven we ook aandacht aan de creatieve vakken als muziek, tekenen en handvaardigheid. Ook is afgesproken dat we ons het komende jaar gaan verdiepen in het invoeren van basisontwikkeling in de groepen 3 en 4.
Groep 4
In groep 4 is bij het rekenen vooral het aanleren van de tafels belangrijk. Daarnaast breidt het zich uit door met grotere getallen ook andersoortige berekeningen te maken. Zo krijgen de kinderen een beter getalbegrip. Verder wordt er ook in deze groep veel aandacht aan lezen, taal en schrijven besteed.
Voor het lezen gaan we nu ook in duo‛s of groepjes zitten of er komen ouders ons helpen bij het lezen. Omdat wij de taal- en leesontwikkeling erg belangrijk vinden proberen we ook wat extra tijd in ons rooster te maken voor dit vak. Daarnaast gaan we de naaste leefomgeving al verkennen door een start te maken met wereldoriëntatie.
Groep 5
In groep 5 worden de voorgaande vakken uitgebreid. Met rekenen gaan we de getallen tot 10 000 verkennen en sommen tot 1000 worden geautomatiseerd. De tafels blijven nog steeds erg belangrijk en ook delen komt aan de orde. Bij taal komen naast spellingsregels ook dingen als speekwoorden, voorzetsels, luistervaardigheden en mondeling taalgebruik. Bij lezen maken we gebruik van verschillende leestechnieken. We gebruiken de methode ”Goed Gelezen” voor zowel technisch als begrijpend lezen. Daarnaast wisselen we duo lezen (in tweetallen), fringo lezen (bingosoort), avi lezen en leeslijn elkaar af. Een zeer gevarieerd programma dus. In groep 5 komen ook de vakken aardrijkskunde en geschiedenis erbij. Met deze vakken blijven we dicht in de buurt van de belevingswereld van de kinderen. Ook een spreekbeurt is verplicht vanaf groep 5. Verder wordt op drie vaste momenten per week gebruik gemaakt van het kiesbord. Hierbij kiezen de leerlingen zelf activiteiten als werkstuk, extra spelling, rekenhoek, computer, lezen enz. Zelf kiezen stimuleert het werken van de kinderen.
Bij het lezen komt meer nadruk op het begrijpend en studerend lezen te liggen. Iets wat de komende jaren verder wordt uitgebreid. In groep 4 en 5 wordt op bepaalde momenten ook gebruik gemaakt van het kiesbord.
Vanaf groep 5 worden er spreekbeurten en boekbesprekingen gehouden. Vanaf groep 5 leren de kinderen ook hoe ze een werkstuk kunnen maken.
Groep 6
In groep 6 wordt bij aardrijkskunde Nederland opgepakt en gaan we met geschiedenis wat verder terug in de tijd. Taal breidt zich uit met o.a. werkwoorden. Rekenen wordt uitgebreid met cijferen.
Groep 7 en 8
In groep 7 en 8 tenslotte gaan we met aardrijkskunde de rest van Europa (gr. 7) en van de wereld (gr. 8) bekijken. Het vak Engels komt er bij. Met taal gaan we bezig met grammatica en bij rekenen verwachten we dat de leerlingen alle cijferbewerkingen met en zonder komma kunnen toepassen en procentsommen kunnen maken. Handig, vlug en goed rekenen zijn belangrijke aandachtspunten.
Hoe belangrijk we de genoemde vakken ook vinden; een dag begint bij ons op school nooit, zonder God te vragen bij ons te zijn en ons te helpen bij alles wat er die dag te gebeuren staat. Ook wordt er iedere dag gezongen ter ere van Hem, en wordt er verteld of gewerkt naar aanleiding van een Bijbelverhaal.
Vanzelfsprekend is al het hiervoor genoemde maar een greep uit het programma en is geen poging gedaan volledig te zijn. Naast al deze vakken is er ook plaats voor lichamelijke oefening, handvaardigheid, tekenen, muziek, etc.